Nieuw decanaat Reinier Academie
Het decanaat van de Reinier Academie wordt sinds kort bemand door ziekenhuisapotheker Sander Zielhuis en gynaecoloog Kitty Kapiteijn; twee enthousiaste medisch specialisten met een portefeuille, zoals ze dat zelf bescheiden formuleren. Inhoudelijk is het natuurlijk meer dan dat; in de topklinische ziekenhuizen ligt de focus -naast het bieden van een goede basiszorg- op opleiden, wetenschap en innovatie. En dat is een niet geringe verantwoordelijkheid waarbij behalve bevlogenheid en passie voor onderwijs en opleiden ook een lange termijnvisie nodig is in combinatie met enige diplomatie in een complex belangenveld. Door: Daphne Wijffels
Dubbelrollen
Kitty combineert haar baan als gynaecoloog met het voorzitterschap van de Centrale Opleidingscommissie (COC), is ook plaatsvervangend opleider en sinds kort decaan Opleidingen bij de Reinier Academie. Dat klinkt als een overvolle agenda maar Kitty ervaart dat anders: “Deze rollen zijn voor mij een heel natuurlijke overlap, als voorzitter COC houd ik me immers al bezig met opleidingskwesties.” Kitty werkt vanuit haar rol bij de COC al langer samen met Michelle Buitenhuis (manager Opleidingen). De afdeling Opleidingen coördineert en faciliteert onder meer medisch ondersteunende en beroepsopleidingen, terwijl de COC de kwaliteit van de medisch specialistische opleidingen en de veiligheid van het opleidingsklimaat bewaakt. Kitty: “Dat klopt, dat gaat al heel goed en als dingen goed lopen, moet je je daar niet teveel mee bemoeien. Dit is dus een rijdende trein waar ik instap en waarin het decaanschap natuurlijk aansluit. We kunnen vandaaruit de bewaking en verbetering van de kwaliteit van opleiding en scholing in ons ziekenhuis veel efficiënter organiseren. Want er is altijd ruimte voor verbetering en ontwikkeling.”
Sander is naast ziekenhuisapotheker ook opleider én voorzitter van de Wetenschapsraad waar onder meer stipendia aan onderzoekers worden toegekend. Als decaan Wetenschap zal hij een leidende en verbindende rol in de visie en sturing op wetenschap op zich nemen. Hij vormt daarin een tandem met manager Wetenschap Hilde van der Vegte, vertelt Sander: “Hilde en ik vullen elkaar goed aan en samen met de Wetenschapsraad en het Wetenschapsbureau zullen wij het profiel wetenschap verder verstevigen.” Als decaan Wetenschap is Sander samen met de raad van bestuur aanjager voor het doen van onderzoek voor het ziekenhuis en zit daar als decaan vanzelfsprekend dichter op. “Niet alleen is wetenschappelijk onderzoek belangrijk voor het behoud van onze STZ-status”, vult Sander aan, “maar de maatschappelijke bijdrage is net zo belangrijk.” Praktisch of maatschappelijk relevant onderzoek draagt immers bij aan de oplossing van een probleem, legt hij uit. Sander: “En onderzoek is leuk, geeft werkplezier, en ik wil juist die creatieve ideeën stimuleren. De komende tijd wil ik de bestaande goede initiatieven met elkaar verbinden. We kunnen leren van elkaar zodat we onderzoek een boost kunnen geven. Het faciliteren van onderzoekers is bijvoorbeeld erg belangrijk, die behoefte ken ik goed omdat ik zelf onderzoek doe. Als opleider in de ziekenhuisfarmacie ben je bekend met de werkvloer maar ben je ook een ervaren onderzoeker.” Kitty herkent dit: “Dat klopt inderdaad, wij zijn beiden van de werkvloer, we begrijpen waar men tegenaan loopt bij de uitvoering van ideeën. En we zijn allebei opleider waardoor je weet wat je collega’s doormaken.”

Levensdruk
Zowel Kitty als Sander voelen zich erg betrokken bij jonge mensen en hun ontwikkeling. Kitty vertelt dat haar ervaring als coassistentenbegeleider in het verleden impactvol is geweest: “Ik vind het nog steeds ontzettend leuk om mensen te begeleiden, te zien opgroeien en gebruik te zien maken van hun talenten. Iedereen is verschillend en heeft een andere benadering nodig, een goed en veilig leerklimaat is ontzettend belangrijk en als je respectvol met elkaar omgaat dan durven mensen te groeien en durven ze fouten te maken.” Zo moeilijk is dat overigens niet, voegt Kitty toe op een no-nonsense toon: “Doe gewoon normaal en leef je in in de positie van jonge mensen, dan ontstaat vanzelf een cultuur waarin je over en weer rustig zaken kunt bespreken.” Het streven naar een goed opleidingsklimaat, daar hoort bij dat er aandacht moet zijn voor de werk- en privébalans. Beiden beamen het belang daarvan. Kitty: “Natuurlijk, onderwerpen als een te hoog ervaren werkdruk, de waardering voor het werk en de invloed hiervan op de werk- privébalans staan hoog op de COC-agenda. Maar waar ik vanaf wil, is het zogenaamde generatiedenken, het is een andere tijd en we leven met zijn allen in deze tijd. Niemand wil meer alleen hard werken zonder privéleven.” Sander vult aan: “Nu moet er ook meer; sociaal domein, druk op andere rollen, dat was vroeger ook wel enigszins maar toch is het nu anders omdat verwachtingspatronen zijn veranderd en de wereld gewoonweg complexer is geworden. Kitty noemt dat ‘levensdruk’: “Ik zie meer uitval onder bijvoorbeeld aiossen door levensdruk, patiënten vragen meer en andere aandacht, even een krabbel zetten in het papieren dossier kan niet meer, en terecht hoor maar dat kost meer tijd.”
Sporten en vooral hardlopen, is voor beiden een uitlaatklep, het helpt om het hoofd leeg te maken en je beter te voelen, zeggen ze allebei. Het uitkiezen van een begeleidende foto voor dit artikel leverde geenszins keuzestress op, dat was zo geregeld.






