Van promotietraject tot proefschrift
Vanaf het moment dat ik besloot de richting van de maag-, darm- en leverziekten te kiezen, was het voor mij een vanzelfsprekende keuze om hierin ook een promotietraject te doen. Ik ben op zoek gegaan naar een onderzoeksproject dat aansloot bij mijn interesses, dit leidde me naar het Erasmus MC bij de inflammatoire darmziekten (IBD(. IBD zijn chronische ontstekingsziekten van het maagdarmstelsel, waaronder de ziekte van Crohn en Colitis ulcerosa. Aanvankelijk richtte dit zich op vaccinatiezorg voor IBD- patiënten, maar breidde zich al snel uit tot het overkoepelende thema ‘preventieve zorg bij IBD’. Mijn proefschrift gaat over onderwerpen variërend van vaccinatiezorg en screening tot leefstijl. Momenteel ben ik bezig met het afronden van de laatste artikelen en mijn proefschrift. Hieronder geef ik een inkijkje in de verschillende onderwerpen. Door: Natasja van de Pol
Vaccinatiezorg
Chronische immuungemedieerde inflammatoire ziektes (IMID’s) verwijzen naar een groep inflammatoire ziekten die verschillende organen kunnen aantasten, zoals psoriasis, IBD en reumatoïde artritis. Patiënten met IMID’s worden regelmatig behandeld met immunosuppressieve medicatie. Deze therapie wordt geassocieerd met een verhoogd risico op ernstige infecties. Verschillende infecties kunnen voorkomen worden door vaccinatie, waaronder de veelvoorkomende infecties zoals influenza en pneumokokken. Deze vaccinaties worden dan ook aanbevolen volgens de Nederlandse richtlijnen bij chronisch inflammatoire aandoeningen. Echter, ons onderzoek laat zien dat IMID- patiënten die immunosuppressieve therapie krijgen niet gevaccineerd worden volgens de huidige richtlijnen. Hierdoor zijn patiënten onvoldoende beschermd tegen deze infecties. Belangrijke bevorderende factoren zijn onder andere patiënteducatie, goed gedefinieerde samenwerkingen tussen belanghebbenden en uitgebreide nationale vaccinatieprogramma’s. Dit benadrukt de noodzaak voor betere implementatiestrategieën van de huidige vaccinatierichtlijnen en effectieve educatie voor zowel patiënten als artsen.

Naar aanleiding van ons onderzoek zijn wij een samenwerking aangegaan met de IBD- patiëntenvereniging ‘Crohn & Colitis NL’. Samen hebben wij een informatieve pagina op de website ontwikkeld, waarop uitgebreide informatie over vaccinaties beschikbaar is voor patiënten1.
SARS-CoV-2 infecties en Post-COVID
Dit zijn twee onderwerpen die zijn voortgekomen uit de COVID-19 pandemie. Uit onderzoeken bleek dat IBD-patiënten een verminderde serologische respons zouden hebben op de COVID-19 vaccinatie. Dit maakte het onduidelijk of een verzwakte immuunrespons bij gevaccineerde patiënten de gevoeligheid voor SARS-CoV-2-infecties en het optreden van ernstige COVID-19 zou beïnvloeden. Hier hebben wij een systematische review en meta-analyse voor gedaan die aantoonde dat vaccinaties wel degelijk effectief zijn in het voorkomen van SARS-CoV-2 infecties bij IBD-patiënten. Ondanks vaccinatie komen infecties wel voor, maar het ziekteverloop is over het algemeen mild. De beschikbare gegevens suggereerden een afname van de infecties in de loop van de tijd.
Tevens is bekend dat mensen na een vermoedelijke of bevestigde SARS-CoV-2 infectie langdurige symptomen kunnen hebben die worden aangeduid als post-COVID. Risicofactoren hiervoor zijn o.a. vrouwelijk geslacht, oudere leeftijd, hogere BMI, roken, ernst van COVID-19, eerdere vaccinatie en bestaande comorbiditeiten, waaronder immuunsuppressie. Aangezien patiënten met IMID’s mogelijk een verhoogd risico hebben, hebben wij de algemene gezondheidssymptomen geëvalueerd in IMID’s. Hieruit bleek dat de zelfgerapporteerde prevalentie van algemene gezondheidssymptomen, met name vermoeidheid, significant hoger is bij IMID- patiënten met een eerdere SARS-CoV-2-infectie. De oorzaak van deze toename vereist verder onderzoek en kan inzicht bieden in de pathogenese van post-COVID, zowel relevant voor IMID-patiënten als de algemene bevolking.
Beweegprogramma
Patiënten met IBD zijn vaak minder fysiek actief, terwijl een actieve leefstijl juist geassocieerd is met verbeterde ziektecontrole, verminderde vermoeidheid en verbeterde kwaliteit van leven. Daarom hebben wij een pilotstudie gedaan waarbij IBD-patiënten gedurende 16 weken een gepersonaliseerd beweegprogramma hebben gevolgd. Wij hebben hiermee aangetoond dat zo’n programma haalbaar is en een positieve invloed heeft op de kwaliteit van leven. Tevens is er een significante vermindering van vermoeidheid en verbetering van fysieke fitheid.
Hart- en vaatziekten
Naast voldoende beweging is een gezonde leefstijl belangrijk voor IBD-patiënten, die een 1,2 keer verhoogd risico hebben op atherosclerotische hart- en vaatziekten (ASCVD). Een nauwkeurige risico-inschatting is essentieel om patiënten te identificeren die baat kunnen hebben bij leefstijlinterventies of medicamenteuze therapie. Er zijn risicocalculators die gevalideerd zijn voor de algemene bevolking op basis van traditionele risicofactoren, zoals leeftijd, geslacht, rookstatus, bloeddruk, lipidenprofielen, diabetes en etniciteit. Er zijn echter geen specifieke risicocalculators voor IBD ondanks dat chronische ontsteking een onafhankelijke risicofactor is voor ASCVD. Ons onderzoek toont aan dat de huidige risicocalculators het ASCVD-risico bij IBD-patiënten onderschatten, vooral bij patiënten met een hoog risico. Verdere studies zijn nodig om deze calculators aan te passen voor een nauwkeurigere risicoschatting voor IBD- patiënten.
Daarnaast hebben wij gekeken naar het ASCVD- risico en cardiovasculaire gezondheid (CVH) bij patiënten met primaire scleroserende cholangitis (PSC). Dit is een chronische leverziekte gekarakteriseerd door ontsteking en littekenvorming van de galwegen, wat leidt tot cholestase en uiteindelijk cirrose. De chronische ontsteking, net zoals bij IBD-patiënten, wordt in verband gebracht met een verhoogd risico op atherosclerose. Ons onderzoek toont aan dat eenderde deel van patiënten een niet ideale CVH hebben en een nóg hoger percentage bij PSC- patiënten met IBD. De patiënten met een eerdere ASCVD hadden vaak ten tijde van het event aanpasbare risicofactoren. Dit suggereert dat PSC-patiënten baat kunnen hebben bij proactieve ASCVD-monitoring en risicobeheer.
Coloncarcinoom surveillance
Ongeveer 80 % van de patiënten met PSC hebben ook IBD. PSC-patiënten hebben een verhoogd risico op het ontwikkelen van een coloncarcinoom (CRC), vooral de groep PSC-IBD. Daarom wordt bij beide groepen strikte endoscopische surveillance geadviseerd. De huidige richtlijnen geven geen specifieke aanbevelingen voor surveillancetechnieken. De vorige richtlijn adviseerde random biopten in 4 kwadranten elke 10 cm door het gehele colon, terwijl volgens de huidige richtlijn dit alleen voor hoogrisicopatiënten, zoals PSC, in overweging moet worden genomen. De optimale strategie voor endoscopische surveillance blijft onduidelijk. Onze voorlopige resultaten tonen aan dat bij meer dan een kwart van de patiënten neoplasie is aangetroffen. Opvallend is dat een kwart van alle laesies werden gedetecteerd middels random biopten. De verdere analyses zijn nog gaande, maar de voorlopige resultaten benadrukken het belang van regelmatige endoscopische surveillance bij PSC en PSC-IBD én tonen de waarde van willekeurige biopten voor het detecteren van neoplasie.
Tot slot
Inmiddels ben ik druk bezig met het afronden van de laatste artikelen en mijn proefschrift naast het fulltime werken in de kliniek. Dit is soms een grote uitdaging, maar vooral het goed inplannen van tijd om aan mijn PhD te werken, is hierbij erg belangrijk. Het plan is om in ieder geval voor de zomer mijn manuscripten af te hebben zodat het promotieboek zo compleet mogelijk is. De volgende stap is het solliciteren voor een AIOS-plek bij de MDL om hopelijk mijn pad tot MDL-arts verder te mogen vervolgen!




